Terug naar modelvliegen  Stabilo van de Raket Contact

 

Het stabilo maak ik weer anders dan anders. Past wel bij mij.

De bedoeling is dat de kern uit Q-Cell bestaat en de huid van koolmat 80 - 90 g/m2. Dan zou je aan de moderne Maylar-methode kunnen denken, maar ik lamineer de koolmat eerst op een gladde plaat (spiegel) waarop ik het onder vaccuum uit laat harden. Eenmaal droog rol ik het weer in met epoxy en pers ik dit met de negatieve vormen op de kern. Het voordeel is een strakker oppervlak dan met de Maylar methode. Ja, het wordt wat zwaarder vanwege 2x inrollen met epoxy, maar dat neem ik voor lief.

 

Ik ben begonnen met het snijden van de kern. Op dezelfde wijze als voor het kielvlak. Met malletjes en een snijdraad dus.

 

 

 

Ik heb 2 repen van 3 mm dik uit de kern gesneden. Hiervoor in de plaats komt 3 mm kops balsa.

 

 

 

 

Er ontstaat uiteindelijk een holle ruimte tussen het balsa in. Hierdoor kun je, net als bij een holle schalenbouwvleugel een lip gebruiken die de kier dicht houdt. Die lip is op de afbeelding hieronder in rood getekend. Komt verderop nog ter sprake, dus geen gefronste wenkbrauwen. Het schuim dat nu nog tussen het balsa zit voorkomt indrukken tijdens het persen. Ik heb het wel ingewikkeld met plakband zodat ik het er straks makkelijk uit kan krijgen.

 

 

 

 

 

De voorlijst en de tips heb ik ook van kops balsa gemaakt. De koolmat kan hier straks opgelijmd worden. Daar tegenaan komt dan weer balsa, gewoon in lengte richting, dat ik in profiel schuur zodra de koolmat gelijmd is. Het kops balsa heeft als doel de koolhuid vast te houden (bij hogere snelheden). Aan het schuim hecht de huid eigenlijk vrij slecht.

 

 

 

Voor de bevestiging wordt een gelaagd triplex blokje met 2 gaten in de kern gelijmd.

 

 

 

Het hoogteroer moet ook nog omlaag kunnen. Daarom de voorbereiding voor een hap uit het hoogteroer ter hoogte van het richtingroer. Eerst laat ik het zitten voor tijdens het persen. Tevens een klein triplex blokje toegevoegd voor de hevel. De kern is nu klaar om tussen 2 uitgeharde koolmatten geperst te worden.

 

 

 

 

De huid die dus om de kern komt maak ik op een spiegel (spiegelglad haha). De spiegel smeer ik wel in met PVA. Misschien niet nodig, maar ik neem het zekere voor het onzekere. Kon ik ook eindelijk eens zien wat de PVA laag nu doet qua gladheid. Viel me niet tegen al bereik je met alleen een waslaag wel een gladder oppervlak. Tip voor de volgende keer. Tip voor deze keer: Eindproduct bewerken met Commandant 5.

 

 

 

 

Net als bij het kielvlak ben ik begonnen met een laagje 49 grams glasmat. Dit voorkomt luchtbellen als gevolg van de grove koolmat van 80 - 90 grams. Na het glas dus de koolmat, gevolg door het Abreisgewebe. Dit met een onderdruk van 90 kg/dm2 laten uitharden. Het resultaat mag er zijn. Zie afbeelding hieronder.

 

 

 

 

Wat tegenviel was de dikte / stevigheid van de huid. Ik had dikker verwacht. Dit was te vergelijken met een stevig A4 velletje papier. Goed knipbaar ook, maar het zal geen oneffenheidjes wegnemen. Daarmee is het voordeel t.o.v. Maylar weg. Maylar is voor mij synoniem voor hobbeldebobbelprofiel. Ik heb besloten het opnieuw te proberen met een extra laag van 80 grams glasmat na de kooldoek (aan de binnenzijde dus). Dit resultaat bleek acceptabel, maar het geheel wordt zo wel zwaarder en weinig sterker.

 

Het is dat ik de kern al klaar had, anders had ik voor een andere methode gekozen. Namelijk de sandwich methode (die normaal gesproken toegepast wordt bij het bouwen met negatieve mallen), gecombineerd met een schuim kern en dan opbouwen vanaf een stabiel gemaakte mal.

 

Daarmee bedoel ik het volgende; Voor de negatieve mal:

Glasdoek op de spiegel. Maakt eigenlijk niet uit welk type doek. Inrollen met meer dan genoeg epoxy (gewicht doet er niet toe) en 1,5 mm balsa planken er op leggen. Dat onder maximale onderdruk uit laten harden. Hiermee bekleed je de negatieve mallen (lijmen en persen onder lichte onderdruk van

0,2 kg/dm2), wel zodanig dat het gladde glasmat aan de zichtkant komt natuurlijk. Met deze methode heb je eenvoudig wat stabielere mallen. Vergeet deze niet in de was of PVA te zetten voordat je verder gaat.

 

De vleugel / stabilo:

Na het drogen van de PVA, meestal een half uur, 49 grams glasmat of van dat supermooie lichte kooldoek inrollen op de negatieve mal. Uiteraard onder 45 graden. Daarop 1 mm balsa of Rohacell (peperduur spul!) leggen. Balsa eventueel voorbehandeld met lak. Op de "kernkant" van het balsa leg je 49 grams glasdoek die je ook weer inrold. Hierop leg/ positioneer je de gereedgemaakte kern. Met gereedgemaakt bedoel ik dat alle verstevigingen zoals liggers en voorbereidingen voor aansturingen en montage aangebracht zijn. Op de andere negatieve mal herhaal je de eerste stap, d.w.z. de 3 lagen (kool / glas doek - balsa / Rohacell - glasdoek).  Dan sluit je het geheel. Dit laat je uitharden in een onderdruk van 15 - 25 kg/dm2 liefst in doos of kastje waarin het 50 graden Celsius is. Je kunt eventueel nog overwegen om als eerste laag te kiezen voor een kleurtje als je zwart koolmat of balsahout niet mooi vindt.

 

Het idee is dat je met lichte materialen en stevige constructie krijgt. Met de methode waar ik voor gekozen heb, heb ik vooral gewicht en weinig stevigheid toegevoegd.

 

Maar goed, hier het vervolg van mijn methode.

 

Koolmat uitgeknipt, klaar voor het uitsnijden van het hoogteroer.

 

 

 

Hieronder: De koollaag boven in de afbeelding is de onderlaag met een losgesneden strip van 4 mm breed. Zie volgende afbeelding waar die strip dus zit.

De laag beneden in de foto is de bovenlaag met alleen de scharnierlijn. Tussen de kern en deze koollaag komt Kevlar dat zal dienen als scharnierband. Dit van te voren mooi uitsnijden is een voordeel t.o.v. de Maylarmethode waarbij dat niet kan.

 

 

 

 

Ruimte van 4 mm bij de rode pijl. De strip trek ik er straks na het uitharden uit.

Samen met het ingetapete Q-Cell dat tussen het kopse balsa zit.

 

 

 

Dit zijn dus de lagen die geperst gaan worden.

 

 

 

 

Speciaal gereedschap in de aanslag.

Verkrijgbaar door veel ijsjes te eten, de apotheker gek te maken en wat huisvlijt.

 

 

 

 

Uit angst voor oneffenheden heb ik de moeren alleen handvast aangedraaid. In de pers dus, omdat je dan gegarandeerd een rechte achterlijst krijgt.

 

 

 

Na 24 uur wachten helaas wat teleurstelling. Erg zwaar en toch nog hobbelig. 85 gram voor een stabilo van 50 cm is te veel. Waar het gehobbel vandaan komt is me niet helemaal duidelijk. Zit namelijk ook op plaatsen waar geen verharding zoals balsa onder zit. Nog een ander probleem is het doorsijpelen van de epoxy. Om die reden had ik het stabilo al ingepakt met tape, maar dan neemt het oppervlak dus de ruwheid aan van de plak-kant van de tape.

 

 

 

 

Toch even verder gegaan met kijken. Het strookje van 4 mm was erg makkelijk te verwijderen, net als het ingepakte Q-cell, wat je hieronder kunt zien. Daardoor ontstaat een mooi kamertje voor de lip.

 

 

 

 

 

Het Kevlar werk goed als scharnier. Je moet het even een minuutje heen en weer knikken. Dan is het soepel. Resumerend kan ik stellen dat sommige techniekjes goed hebben gewerkt en andere niet. Ik heb besloten dit stabilo niet te gaan gebruiken.

 

 

 

 

 

Terug naar de tekentafel!

 

Goed. Er zijn 4 opties:

1 - Maylarmethode, afgevallen vanwege hobbeldebobbelprofiel.

2 - Methode Buitendijk, hierboven beschreven, duurt nu te lang en is wat zwaarder.

3 - Schuimkern met balsa of Abachi indekking, te zwaar.

4 - Ribbenbouw, gekozen vanwege gewicht en mooi.

 

Op een T-staart wil je geen zwaar stabilo. Dat is vragen om een brekend kielvlak bij zo'n radslaglanding. Het bouwbedje heb ik nog van het vorige stabilo.

 

 

 

Eerst even de onderkant op een vlakke bouwplank gemaakt. Aan de achterlijst het bekende 0,3 mm koolstof. Kan ik de achterlijst lekker dun schuren.

 

 

 

Inmiddels op het bouwbedje de symmetrische profielen ingelijmd. Dit waren de kleinste ribben die ik ooit met de "grootste - kleinste methode" gemaakt heb. De dikste in het midden zijn namelijk maar 6 mm hoog. Ik bouw geen hoofdligger in. Het is zo al sterk genoeg. Zo niet, dan kan ik altijd nog glasdoek om de D-Box lamineren. Dat kan ik ook doen met het roertje. Al is het om kromtrekken te voorkomen.

 

 

 

Bijna klaar en onbespannen: 27 gram.

 

 

 

Voor de zekerheid heb ik er voor gekozen om het hoogteroer te bekleden met 58 grams glasmat onder 45 graden. Ik vond het geheel wat slapjes aanvoelen en voor het gewicht hoef ik het niet te laten.

 

 

 

En hier het geheel bespannen met rode Oralight.

 

 

 

 

Terug naar Raket                                                                                                                                Verder met de vleugel